Mariniers jargon

Hoe lang zijn we nu uit dienst? Ik in ieder geval al 25 jaar....!  En toch is er iets dat ons altijd zal bijblijven. Niet alleen de verbondenheid, maar er zijn meer zaken ingeworteld..... De Mariniers-taal, oftewel het jargon.

Dat begint al bij het inrouleren, je moet langs de spatoe en de toelis. Elke woensdag is er de blauwe hap en die smaakt natuurlijk het lekkerst al die bereid wordt door een blauwe piel. Lekker makken...... Maar als je te laat in de vreetschuur kwam had je houtebek.  Iemand die liep te blunderen werd uitgescholden voor takenboeker. In de West kwam je woordenschat tot zijn volle omvang. Alles wat over was in de vreetschuur ging in de susiepul. Je dronk er tang, wat gemaakt werd uit grote pullen met poeder. Tijdens de oefeningen trokken we over een tjot, die normaal gesproken het domein was van kabrieten en pica's. De lokale man daar is een knakker (verbastering van cunucu, oftewel de knoek). In onze tijd hadden de barakken geen airco en lag je dus in je pendek op je tampatje te zweten. Campo Allegre...... daar zijn wij nooit geweest. Anderen schoten daar hun puddingbuks leeg op loslopend wild. Van tevoren laadde je je vol met neukpatronen (= eieren) uit de vreetschuur, zodat je buks goed geladen was..... De ziekenpa gaf je vrij van SMIEG, wat op zich weer een vorm van uitknijpen was.  Als je net op de klip was gearriveerd was, was je "de vers" en mocht je niet eens lullen tegen de "oud", die een soort ongeschreven heilige was.

Dan weer terug in de VBHkaz..... Elke dag in de lijn rechts, baksgewijs. Rondje bouwland... wie heeft 'm niet gedaan in sportwitje en pompoentjes. Als je terug in de kazerne kwam, ging je je kutsoppen oftewel mandien. In de pauze was er elke dag poeroet en sousijsenbroodjes. Boven de bar hing de roemrucht spreuk: "Een alcoholist in de burgermaatschappij is een gezellige meedrinker bij de Marine...." Op vrijdag eerst schoonschippen (als je pech had was je paai-schijthuis), daarna om vijf uur was het "vast werken" en mocht je passagieren. Gauw de bus in.... (sloep naar de wal) Tijdens het marsen deden je kakken zeer en op oefening lag je 's nachts te woelen in je meurzak. Als je e.e.a. was kwijtgeraakt tijdens een oefening, was dat schade man (de tegenhanger van schade rijk) Als je viel lag je met je klus op dek. En als je dan toch al lag, riep de baks: "Pak er maar tien...." Het was altijd weer omschakelen als je terug in de burgermaatschappij kwam. Hoe reageert jouw vrouw als je 's morgens om zes uur tegen haar schreeuwt dat het 'overal' is? En ze begrijpt er niets van als je tegen haar zegt dat haar vriendin, die in verregaande staat van zwangerschap verkeert, binnenkort moet 'afhangen'.
De mariniers die in de marinekazerne Amsterdam zijn geweest, weten wat het is als er wordt bijgetankt in de Buffel. De Buffel... daar zaten scheurvliegjes die je jongeheer wel op prijs stelden.

.... en zo kunnen jullie me vast nog wel een uurtje bijpraten.... Een ding weet ik in ieder geval zeker en dat is dat je drie eigenschappen opdoet als Marinier. De doorsnee Marn is een regelaar en ritselaar. Geef hem de raarste opdracht en hij regelt het.... Mariniers die eenmaal uit dienst zijn, hebben blijkbaar zwerversbloed in zich gekregen. Ze zijn rusteloos als het aankomst op werk en baantjes. Pas na enkele jaren weten ze vastigheid te krijgen (of heb ik het mis? zo ken ik ze tenminste) Dan nog een andere eigenschap die ik bij vrijwel alle (ex) marns heb aangetroffen.... Ze zijn meesters in het "uitknijpen" en sommigen hebben het tot een ware kunst verheven. Mijn vaste maatje uit die tijd, Harry Harsveld, was een grootmeester in het uitknijpen. En hij was zo glad als een aal, want als hij werd gesnaaid dan wist hij zich er altijd uit te lullen. In tegenstelling tot mijzelf, want ik heb zeker drie keer zo veel "bakkies" in vergelijking met Harry. Op Parera spande ik de kroon in mijn conflicten met SGT Tielman, wat een eikel was dat..... maar ik heb 'm tuk gehad. De intimi kennen dit verhaal.....

Mariniers homepage